fbpx

Top 3 spellen met speelkaarten

Hoera, de zomer is aangebroken! Tijd voor barbecues, terrasjes en (hopelijk) het begin van een langverwacht verlof. Of je nu met het vliegtuig, de auto of de trein op vakantie gaat, één ding is zeker: dé klassieke speelkaarten mogen niet ontbreken in je overvolle koffer. Je kan er oneindig veel spelvarianten mee spelen, de regels zijn vrij eenvoudig en iedereen kan het leren. Het perfecte tijdverdrijf als je het ons vraagt. Wij hebben hieronder alvast onze 3 favoriete spellen voor jou uitgelicht:

Slapjack/slaps

3 tot 4 spelers / standaard deck van 52 speelkaarten / doel: alle kaarten winnen door als eerste op elke boer (Jack) te slaan

  1. Verdeel de kaarten één voor één onder de spelers, met de voorkant naar beneden, totdat alle kaarten zo gelijkmatig mogelijk gedeeld zijn. De spelers kijken niet naar hun kaarten, maar leggen deze stapel nog steeds met de voorkant naar beneden recht voor zich. Het spel verloopt kloksgewijs.
  2. De eerste speler verwijdert de bovenste kaart van zijn stapel en legt deze open, met de voorkant naar boven, in het midden. Dit moet binnen het bereik zijn van alle andere spelers.
  3. De spelers doen dit om beurten tot een boer op de stapel in het midden gelegd wordt. Op dit punt kunnen alle spelers proberen om met hun hand op de stapel te slaan. Degene die de stapel met zijn of haar hand bedekt, krijgt de stapel, schudt deze en voegt deze toe aan de onderkant van zijn of haar eigen stapel. Als een speler toch een kaart boven de boer heeft kunnen leggen voordat er geslagen wordt, kunnen de boer en de onderliggende kaarten niet meer worden opgenomen. Als een speler op de stapel slaat en de kaart blijkt geen boer te zijn, dan mogen de andere spelers de stapel kaarten gelijkmatig tussen hen verdelen.
  4. Wanneer een speler geen kaarten meer heeft, mag deze nog proberen om op een boer te slaan. Lukt dit, dan komt de speler terug in het spel.
  5. Het spel gaat door totdat een speler alle kaarten heeft verzameld;

Piekenzot Jagen

3 tot 4 spelers / piketkaarten (32 kaarten met waarde vanaf 7, dus 7 – 10, boer, dame, heer en aas) minus de klaveren boer / doel: paren verzamelen en afleggen, niet eindigen met schoppen boer

  1. Kaarten worden gelijk opgedeeld tussen alle spelers. Blijven er kaarten over, dan krijgen de spelers links van de gever ieder nog een extra kaart.
  2. Alle spelers bekijken hun kaarten. Als iemand 2 kaarten van dezelfde waarde én kleur heeft, legt hij deze open in het midden. Als iedereen dit gedaan heeft, dan moet de speler links van de gever zonder te kijken bij hem een kaart trekken.
  3. Heeft de getrokken kaart dezelfde waarde en kleur als één van zijn eigen kaarten, dan moet de speler deze ook open in het midden leggen. Kan de speler geen paar vormen, dan wordt de getrokken kaart gewoon tussen zijn andere kaarten gestopt.
  4. Nadien moet de speler zijn linkerbuurman bij hem ongezien een kaart laten trekken.
  5. Het spel wordt zo doorgespeeld tot er maar één kaart overblijft, de schoppen boer. De speler die deze kaart heeft is de verliezer van het spel. (Extra: wil je het spel grappig maken, dan mogen alle andere spelers met een gebrande kurk een zwarte streep op het voorhoofd van de verliezer tekenen.)

Liegen

3 tot 6 spelers / standaard deck van 52 speelkaarten / doel: als eerste al je kaarten kwijt spelen

  1. Verdeel de kaarten onder de spelers. Elke speler dient evenveel kaarten te krijgen.
  2. De speler die begint legt één kaart, of meerdere, in het midden en zegt tegen de andere spelers welke kaart hij zojuist heeft gelegd. De eerste speler dient altijd als eerste één of twee azen te leggen. Het is de bedoeling dat de kaarten opeenvolgend gelegd worden, dus de tweede speler legt dan één of meerdere tweeën, de derde speler één of meerdere drieën enzovoort. Als een speler kaarten op tafel legt zegt hij steeds welke het zijn: “één aas”, “drie tweeën”, “twee drieën”.
  3. Het leuke aan het spel is dat je kan bluffen – je hoeft niet per se de kaarten te hebben die je neer moet leggen. Heb je de benodigde kaart(en) niet, dan kan je maar beter alsof doen. Kies hier wel een goede strategie voor, leg bijvoorbeeld geen vier drieën als je er geen hebt.
  4. Als een speler zijn kaarten op tafel heeft gelegd en je vermoedt dat hij liegt mag je “leugenaar” roepen. Door deze beschuldiging moet de speler zijn gespeelde kaarten omdraaien, zodat iedereen ze kan zien. Als de kaarten niet overeenkomen met wat de persoon zei dan moet de liegende speler alle kaarten die op de stapel liggen opnemen en toevoegen aan zijn hand. Heeft de speler niet gelogen, dan moet de beschuldiger alle kaarten van de stapel opnemen. Zijn er twee of meerdere beschuldigers, dan wordt de stapel onder hen verdeeld.
  5. Nadat iemand “leugenaar” heeft geroepen begint een nieuwe ronde met de laatste persoon die gespeeld heeft. Door steeds minder kaarten in hand te hebben zal het moeilijker worden om te bluffen.
  6. De speler die al zijn kaarten als eerste heeft kwijt gespeeld is de winnaar!

Heb je echter nog meer plaats in je koffer en ben je zoals ons gek op gezelschapsspelen? Dan is onze Share-a-box ‘Spelbox‘ ideaal om mee te nemen. In deze box zitten 3 leuke spellen: het vragenspel Vertellis, het dobbelspel Qwixx en tweemaal ons eigen ontworpen kaartspel Immunis. En dat allemaal voor maar € 30,00! Benieuwd? Klik!

Tot snel!